Na de schrijfochtend in Plukker eind december stuurde Atie mij het volgende verhaal:

Hond

Het was de avond voor mijn achtste verjaardag. Jong ongeduldig kind als ik was, kon ik nauwelijks slapen, want morgen mocht ik trakteren, morgen ging de juf voor mij een feesthoed maken, compleet met slingers en het cijfer acht groot zichtbaar op mijn voorhoofd. Morgen kreeg ik cadeautjes, morgen kreeg ik taart, morgen hoefde ik geen spruitjes te eten.

Vol verwachting naar de dag van morgen woelde ik onder mijn deken, met het vooruitzicht van de naderende feestdag. Mijn dag! Deze dag was alles van mij, voor mij, door mij. Was het alvast maar zover! Al die uren in het vooruitzicht van die zinloze slaap! Toch sloot ik na enige tijd mijn ogen en viel in een diepe slaap.

De volgende ochtend, na een nacht die eindeloos leek, snelde ik in mijn tricotpyjama met beertjesprint op blote voeten de trap af. Mijn moeder, immer gehuld in keukenschort, kwam mij al zingend tegemoet: Lang zal ze leven, hiep hiep hiep hoeraaaaa!  Op het gezang kwamen ook mijn beide zussen af, hoewel ze nog slaperig waren door het vroege ochtenduur, het was pas zeven uur. Zelfs mijn vader zat nog aan tafel met zijn beschuitje en kopje thee.

In de woonkamer, waarschijnlijk op een zichtbare en centrale plek, maar dat kan ik me niet meer heugen, stond een doos. Die doos was het middelpunt van mijn universum. Om die doos draaide de aarde. Om die doos draaide mijn volledige achtjarige leven op dat moment, hoewel ik nog geen idee had van de inhoud.

Het leek of niemand enig idee had van de inhoud, want er keken vijf mensen vol verwachting naar de doos. En naar mij. En naar de doos. En weer naar mij. Want, deze doos was voor mij! Wow, een doos!

Helemaal voor mij. Wanneer ik hem zou openen, dan zou de verrassing voorbij zijn. Ik wilde dat moment zo lang mogelijk uitstellen en keek geconcentreerd naar de doos, alsof ik verwachtte dat er een duveltje in het doosje zat.

Na enige tijd liep ik, op aandringen van mijn moeder, langzaam naar de doos toe. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat de doos niet afgesloten was met tape, er zat ook geen feestelijk cadeaupapier omheen. Wat slordig, en niet feestelijk! Mijn ouders hadden toch wel even de moeite kunnen nemen om er iets leuks van te maken voor mijn achtste verjaardag? Een klein beetje teleurgesteld knielde ik neer bij de doos. Toe maar, zei mijn moeder, maak maar open. Op mijn kleine knietjes schuifelde ik zo dicht mogelijk naar de doos toe en opende de toch al niet gesloten bovenkant. Vanaf de bodem keken mij twee glinsterende bruine oogjes aan, en aan de zijkant van de doos zwiepte er iets ritmisch tegen het karton. Nee! Echt?? Voorzichtig, met open mond en met tranen in mijn ogen opende ik de bovenkant volledig. En daar stond hij. Hond. Zijn hele kleine puppylijfje trilde van vreugde, zijn tongetje hing uit zijn bekje, zijn staartje zwiepte alsof het een lust was en hij wankelde op zijn jonge pootjes. Pak hem maar uit de doos, zei moeder.

Voorzichtig pakte ik hond, genre vuilnisbak uit zijn kartonnen gevangenis van vermoedelijk een half uur, en drukte hem vol liefde plat tegen mijn kinderborst. Voorzichtig, hij is nog maar klein, zei moeder. Kijk, hij plast! Zei vader. Ik voelde het warme vocht langs mijn pyjama druipen, maar het kon me niets schelen. Want wat was hij mooi! En lief! Maar vooral, heel erg van mij!

Hond was het mooiste cadeau ooit. Zoiets overweldigends had ik nog nooit gehad, zoiets prachtigs zou ik ook nooit meer krijgen. Hond likte mijn gezicht, hond kwispelde, hond plaste wederom op mijn pyjama. Ik was verliefd!

Enige tijd later moest ik naar school, er zat niets anders op. Tenslotte was ik jarig, de hele dag, vandaag draaide alles om mij. Maar hoeveel beter kon de dag nog worden?

Op school ging alles waar ik me zo op verheugd had grotendeels langs me heen. Ik trakteerde, ik kreeg de feesthoed van juf, er werd gezongen, en ik was die dag heel belangrijk. Maar ik wilde slechts één ding: naar huis, naar hond! Eindelijk, na een dag die eindeloos leek te duren, was het zover. Ik rende met mijn feesthoed en de overgebleven traktaties zo snel als ik kon terug naar huis. Naar hond.

De achterdeur stond op een kiertje, en moeder stond met haar schort om in de keuken.

Vader was op zijn werk, en mijn zussen waren nog niet thuis, want ik had zo snel gerend!

Ik liep langs moeder met schort van de keuken, via de gang naar de woonkamer. Ik had zo gehoopt dat hond mij al kwispelend tegemoet zou komen! Maar dat deed hond niet. Misschien lag hij te slapen, hond was tenslotte een pup en die hebben veel slaap nodig. Maar toen ik verder de woonkamer inliep, zag ik hem nergens liggen. De doos, waar ik hem gisteren in vond, was er ook niet meer. Misschien was hij buiten? Of boven? Ik rende door het huis, en naar buiten. Moeder met schort stond ondertussen licht gebogen boven de pan met aardappels.

Toen ik overal had gekeken, kreeg ik een idee. Ze hadden hem natuurlijk weer gewoon in de doos gestopt, zodat ik hem nóg een keer zou krijgen! Ik was tenslotte de hele dag jarig. Wat een grap haha!

Maar er was geen doos. Er was geen hond. Er was alleen een moeder met schort. En moeder met schort kwam met een diepe zucht achter haar pan vandaan en knielde bij me neer.

Wat ze precies zei, of hoe haar stem klonk weet ik niet meer. Ergens in de verte, vanuit een ander sterrenstelsel, hoorde ik haar praten en ik ving flarden van woorden op. Weg. Piesen. Lastig. Hond. Heel lief maar… En o ja, wij vinden het heel erg voor je. Die zin kwam ongeschonden binnen. Wij vinden het heel erg voor je…

Toen stond moeder langzaam op, streek liefdevol over mijn haar en verdween weer naar de keuken.

Natuurlijk was dit niet waar, moeder maakte een grapje, hoewel het helemaal geen leuk grapje was. Maar misschien zou ik er ooit de lol van inzien, als ik ouder zou zijn.

De hele dag wachtte ik tot hond weer kwam. De nacht erna sliep ik niet en bij elk geluid rende ik naar beneden, denkend dat hond weer gekomen was.

Maar hond kwam niet meer. Hond kwam nooit meer. En de dag van mijn achtste verjaardag is de geschiedenis ingegaan als de dag waarop ik besefte dat grote mensen liegen, en onbetrouwbaar zijn.

Vooral moeders!

Ongetwijfeld hebben mijn ouders een alternatief cadeau voor mij gekocht, als pleister op de wonde. Maar wat dat geweest is, daar heb ik geen idee meer van. Want niets kon tippen aan hond!

Jaren later schreef Youp van t’ Hek een prachtig en ontroerend lied over zijn geliefde  konijn Flappie.

En elke keer als ik dat nummer hoor, denk ik aan hond en aan mijn vader waar ik tegen wilde zeggen dat als hij niet in de schuur ging kijken, dat hij dan wat lekkers kreeg…

– Atie Roos

Wat is vertel eens…

Bijzondere verhalen en gedichten worden gedeeld op de pagina Vertel eens… van Leessst. Omdat schrijven ook een hobby is en Leessst er is voor iedereen die schrijft, heb ik besloten om deze speciale pagina op mijn site te maken.

De pagina is bedoeld om de verhalen en gedichten die zijn ontstaan tijdens de speciale Vertel eens-avonden te kunnen delen. Dit kan anoniem, met pseudoniem, met je eigen naam, maar in ieder geval altijd onder de voorwaarden en met toestemming van degene die het heeft geschreven.

Wil jij jouw verhaal of gedicht vertellen, schrijf je dan nu in voor de Vertel eens-avond van Leessst.

Hier vind je de agenda.

Meer weten over Leessst of het uitgeven van jouw verhalen of gedichten?

Stap voor stap naar het uitgeven van jouw boek

Schrijven

Trainen

Uitgeven

Vertel eens… avond bijwonen?

LEESSST, JOUW UITGEVERIJ IN SCHAGEN